Lawaai is zo gek nog niet

0 0 0 No comments

Er ligt een zielig hoopje op de bank. De afgelopen 24 uur is de daarvoor bestemde emmer al minstens tien keer onder gekotst. Normaal kan ik me verbazen hoe de afgelopen zes jaar zijn omgevlogen en hoe groot ze is. Maar vandaag is ze weer klein, heel klein en heel verdrietig. ´Mijn buik is zo droog…´ zegt ze met traantjes in haar ogen. Te ziek om te zeuren en jengelen ligt ze wezenloos op de bank.

Ik weet heel goed dat dit een slechts een griepje is, even uitzieken en ze springt weer als door de kamer. Toch kan ik er niet tegen. Zo´n klein mensje dat geveld wordt door een virus en ik sta erbij en kijk ernaar. Vandaag helpt geen boekje, filmpje of spelletje.  Zelfs haar lievelingsknuffel mag niet naast haar.  Het enige dat helpt is dicht bij mama zijn. Nooit voel ik me meer moeder dan met een snotterige hoop ( 128 centimeter is op geen enkele manier op te vouwen tot hoopje) in mijn armen. Het oergevoel, dat ooit begon toen dat loeder van het consultatiebureau een naald in dat zachte baby hielletje jaste is here to stay.

Als mijn meiden ziek zijn ben ik woest op het virus dat mijn meisje onderuit haalt. Ik geef kapitalen uit aan pillen, drankjes, druppeltjes. Leg natte washandjes op gloeiende hoofden en aai over buikjes om pijntjes weg te toveren.  Ik ben geen dokter maar wilde dat ik er een was, een ´ik maak je beter in tien minuutjes´ dokter.

Twee dagen geleden zat ik op de bank. Terwijl de dochters en hun aanhang mijn woonkamer zowel verbaal als fysiek verbouwden wenste ik dat het eventjes stil zou zijn. Leek me heerlijk….

Vandaag is het stil en ik kan niet wachten tot het vrolijke geklets, geschreeuw en gegil mijn oren weer laat tuten. Lawaai is pas echt vervelend als het er even niet is.

Written by

Leave a Comment